|
 |
|
|
 |
|
|
|
|
|
|
|
.jpg) |
|
|
Theodorus van Gogh
(2 februari 1822 – 26 maart 1885)
De vader van Vincent was dominee van de Nederlands Hervormde Kerk.
De verhouding tussen Vincent en zijn vader was nogal stormachtig
vanwege Vincent's ambities in zijn jonge jonge jaren om zich aan de
kerk te wijden en ook zijn latere passie om kunstschilder te worden.
|
|
.jpg) |
.jpg) |
|
|
Anna Cornelia van Gogh
(10 september 1819 - 1907)
Anna
van Gogh (geboren Carbentus) trouwde met Theodorus van Gogh in 1851.
Anna was een aardige vrouw en een goede moeder met een talent voor
tekenen. Ze droeg haar enthousiame voor de kunst over op haar zoon
Vincent toen hij nog heel jong was en zij was altijd een stimulans
voor zijn werk.
Het schilderij rechtsboven is gemaakt naar een foto. In een brief
aan Theo schreef Vincent: "..... ik werk aan een portret, dat wil
zeggen dat ik voor mezelf een portret maak van Moe. Ik kan de foto
zonder kleur niet aanzien en ik probeer er een te maken in
harmonieuze kleuren, zoals ik haar in mijn herrinering zie." (Brief
546/703).
In een andere brief schreef Vincent: "Ik werk aan een portret van
Moe, want ik ergerde me te veel aan de zwarte foto. Ach, wat zouden
er met de fotografie en de schilderkunst een portretten naar de
natuur te maken zijn. Ik heb nog altijd de hoop dat ons met het
portret nog een mooie revolutie te wachten staat." (Brief 548/705).
Anna overleefde al haar drie zonen.
|
|
|
|
.jpg) |
|
|
Willemina Jacoba van
Gogh
(1862 - 1941)
Van zijn drie zusters
was Vincent verreweg het meest gesteld op Wil. Tijdens de laatste
jaren van zijn leven correspondeerde hij met haar, hoewel minder
vaak en minder uitgebreid dan met Theo. Toch zijn er een aantal
brieven van Wil overgebleven en deze werpen een interessant licht op
zijn leven.
Helaas leed Wil ook aan ongeveer dezelfde geestelijke problemen als
Vincent. Een paar jaar na de dood van Vincent en Theo werd Wil
opgenomen in een inrichting. De laatste jaren van haar leven had zij
zich volledig teruggetrokken uit de wereld en sprak zij niet meer.
Zij stierf in de inrichting toen ze 79 jaar was.
|
|
|
|
.jpg) |
%202.jpg) |
|
|
Anna Cornelia van Gogh
(17 februari 1855 - 20 september 1930)
Vincent had geen sterke band met zijn zuster Anna. Na
de dood van zijn vader in 1885 vervreemdden zij volledig van elkaar;
hun meningsverschillen waren te groot en het kwam nooit tot een
verzoening.
|
|
.jpg) |
|
|
Elizabeth van Gogh
(16 maart 1859 - 29 november 1936)
Elizabeth was de
middelste zus van Vincent en was zes jaar jonger. In 1910
publiceerde Elizabeth haar Persoonlijke herinneringen aan Vincent
van Gogh, een werk dat velen teleurstelde gedeeltelijk misschien,
omdat Elizabeth nooit erg op haar broer Vincent gesteld was geweest.
|
|
|
|
.jpg) |
|
|
Cornelius van Gogh
(17 mei 1867 - 24 april 1900)
Cornelius (Cor) van
Gogh de jongste van de kinderen Van Gogh maar, evenals zijn broers,
stierf ook hij jong. Na een mislukt huwelijk vertrok hij naar
Johannesburg en stierf zeven maanden na het begin van de
Boerenoorlog. Hij werd opgegeven als gesneuveld in de strijd in het
leger van de Boeren, maar er bestaan onbevestigde berichten dat hij
zelfmoord zou hebben gepleegd.
|
|
|
|
.jpg) |
%202.jpg) |
|
|
Vincent van Gogh
(11 februari 1789 - 7 mei 1874)
Vincent's grootvader heette ook Vincent van Gogh en
deed dienst, zoals zijn vader, als dominee in verschillende dorpen
door heel Nederland totdat hij om gezondheidsredenen in 1853 met
pensioen ging.
Er is weinig bekend over de verhouding tussen Vincent en zijn
grootvader, maar in een korte opmerking in een brief aan Theo laat
Vincent doorschemeren dat hij hem een wat kille en onplezierige man
vond.
|
|
|
|
.jpg) |
|
|
Elisabeth Huberta Vrijdag
(1790-1875)
Vincent's grootmoeder kwam uit een Zwitserse familie.
Tenminste de helft van haar zes zonen trouwden met meisjes uit de
familie Carbentus.
|
|
.jpg) |
|
|
Vincent van Gogh (Oom Cent)
(1820-1888)
Vincent van Gogh had tien ooms en tantes aan vaders
kant, maar het was vooral Oom Vincent (Oom ‘Cent’) die de grootste
invloed op het leven van Vincent had. Tegen de tijd dat Vincent vijf
jaar oud was, genoot zijn oom Cent al zeer veel aanzien als
kunsthandelaar. Oom Cent was aandeelhouder in de succesvolle
kunsthandel Goupil & Co. en hij beheerde zeer bekwaam het filiaal in
Den Haag. Oom Cent woonde met zijn vrouw Cornelia (geboren Carbentus)
in het Brabantse dorpje Prinsenhage, van waaruit hij regelmatig bij
de ouders van Vincent op bezoek ging. Omdat het echtpaar geen
kinderen had, kreeg Oom Cent steeds meer interesse voor de
opgroeiende Vincent. Het is goed mogelijk dat Oom Cent de jonge
Vincent als zijn opvolger zag bij Goupil.
Vincent werkte meer dan vier jaar in de kunsthandel
van zijn oom in Den Haag en bleek een zeer goede leerling te zijn in
het vak. In 1873 werd Vincent overplaatst naar het filiaal van
Goupil in Londen. Helaas begonnen de prestaties van Vincent na een
aanvankelijk veelbelovend begin terug te lopen. Ook een tijdelijke
overplaatsing naar het Parijde filiaal van Goupil kon Vincent niet
verder motiveren en in 1875 besloot hij op te stappen. Hoewel Oom
Cent bijzonder teleurgesteld was over Vincent’s prestaties, bleven
zij daarna toch contact onderhouden.
|
|
|
|
.jpg) |
|
|
Johannes van Gogh
(19 August 1817 - 1885)
In 1877 woonde Vincent in bij zijn oom Johannes
(Jan), een weduwnaar en commandant van de marine scheepswerf in
Amsterdam. Vincent en zijn oom hadden een warme en
vriendschappelijke relatie, maar de studie voor dominee mislukt en
het jaar daarop keert Vincent terug naar Etten.
|
|
.jpg) |
%201950.jpg) |
|
|
Vincent Willem van
Gogh
(31 januari 1890 - 20 januari 1978)
Vincent Willem van Gogh, de zoon van Theo en Johanna,
werd genoemd naar zijn beroemde oom, maar al in zijn jonge jaren
deed hij er alles aan naam voor zichzelf te maken om onder de
groeiende schaduw van zijn Oom Vincent uit te komen.
Vincent Willem begon in 1907 aan de Technische Hogeschool in Delft
te studeren en voltooide in 1914 zijn studie als ingenieur. En
inderdaad werd hij tijdens de rest van zijn leven vaak “De Ingenieur”
genoemd. Hij was veel nuchterder dan veel van zijn kunstminnende
familieleden en Vincent Willen schreef: “Ik werd nooit geleerd om
kunst te begrijpen (schilderijen, muziek). Het kon me niets schelen.
Ik had er wel respect voor, maar beschouwde het als een soort
tovenarij en dat was niet aan mij besteed.”
Hoewel Vincent Willem de passie van zijn moeder voor de nalatenschap
van zijn oom niet deelde, respecteerde hij desondanks de uitgebreide
kunstverzameling die hij had geërfd en leende de werken van zijn oom
uit aan verscheidene musea. Na de Tweede Wereldoorlog kreeg Vincent
Willen steeds meer interesse voor de verzameling en het werd zijn
droom een museum te stichten dat helemaal aan de kunst van zijn oom
was gewijd.
De naam van Vincent Willem, "De Ingenieur", was onverbrekelijk
verbonden met de oprichting van de Vincent van Gogh Stichting in
1960. In de daarop volgende dertien jaar wijdde hij zichzelf aan het
ontwerpen en de bouw van het Van Gogh Museum. Net zoals zijn moeder
Johanna was Vincent Willem een zorgzame en toegewijde beschermheer
van de verzameling kunstwerken van zijn oom. Zijn eigen kinderen en
kleinkinderen zijn tot op de dag van vandaag actief in de Vincent
van Gogh Stichting.
|
|
|
|
 |
|
|
Vincent van Gogh
(30 maart 1853 – 29 juli 1890)
Voorzover bekend bestaan er slechts vier foto's van
Vincent. Op deze foto is hij 13 jaar.
|
|
 |
|
|
|
|
Theo van Gogh
(1 mei 1857 – 25 januari 1891)
Theo was het enige vaste punt in het leven van Van
Gogh. Vincent en zijn broer waren gedurende hun hele leven erg aan
elkaar gehecht en Vincent zou nooit zijn ongelooflijke gave hebben
ontdekt zonder de voordurende steun van Theo, die zowel emotioneel
als financieël van onschatbare waarde was.
Hun relatie was zeker niet altijd ideaal en beiden beleefden vele
ongelukkige momenten en ruzies, vooral toen Vincent in Parijs bij
Theo inwoonde van 1886 tot het begin van 1888.
Ondanks alles kan het onverwoestbare vertrouwen en de steun van Theo
niet genoeg worden genoemd. Zonder Theo zou de wereld nooit van
Vincent van Gogh hebben gehoord.
Na de dood van Vincent in 1890 leed Theo aan een gecompliceerde
nierinfectie. Er bestaan echter nieuwe bewijzen dat Theo, evenals
Vincent, syphilis had opgelopen. Hij liet zich kort na de dood van
Vincent in een sanatorium opnemen. Camille Passarro schreef aan zijn
zoon Lucien: "Het schijnt dat Theo van Gogh al ziek was voordat
Vincent gek werd; hij had uremie. Hij kon een week lang niet
urineren…".
In het begin van 1891 stortte Theo lichamelijk in. Hij had een zwak
hart en kreeg bovendien een hersenbloeding die hem uiteindelijk
verlamde. Hij verloor het bewustzijn en stierf een paar dagen later.
Theo's onvoorwaardelijke steun aan zijn broer zorgde ervoor dat
Vincent's grote werk nooit zal worden vergeten. Daarnaast heeft de
lange briefwisseling tussen de twee broers vele inzichten verschaft
over het werk en het hart van Vincent van Gogh.
Bron: Vincent van Gogh
gallerij.
|
|
|
|
Start | Familie | Levensloop | Schilderijen | Algemeen | Vrienden | Zonnebloemen | Links |