





|
1890
Terug naar het noorden
In mei 1890 verlaat Van Gogh de inrichting in Saint-Rémy. Hij
vertrekt naar Auvers-sur-Oise, een plaatsje in de buurt van Parijs.
De ligging is ideaal: verwijderd van het jachtige leven in de
metropool en tegelijkertijd zo dicht bij de stad dat regelmatige
bezoeken aan Theo mogelijk zijn. Van Gogh vertrouwt zichzelf toe aan
de zorg van Paul Gachet, een homeopathisch geneesheer en tevens
amateurschilder. Van Gogh vat al snel genegenheid op voor de arts en
schrijft zijn zuster Wil dat hij in dokter Gachet 'een ware vriend'
gevonden heeft. Gachet geeft Van Gogh de raad zijn ziekte uit zijn
hoofd te zetten en zich volledig op het schilderen te concentreren.

Auberge Ravoux Auvers
1890
Sterke drang te schilderen
In Auvers-sur-Oise gaat Van Gogh direct weer aan de slag. Hij maakt
portretten van zijn nieuwe kennissen en schildert de omgeving, met
inbegrip van nabijgelegen korenvelden en de tuin van de schilder
Daubigny. Hij werkt met grote intensiteit en produceert in deze
maanden bijna een schilderij per dag. Een serie van twaalf doeken in
een opvallend langgerekt formaat is zijn eerbetoon aan het leven op
het platteland: 'Ik weet bijna zeker dat ik in die doeken datgene
heb verwoord wat ik niet in woorden kan uitdrukken, nl. hoe gezond
en hartversterkend ik het platteland vind.' Van Gogh maakt een
rustige periode door, al vreest hij wel voor hernieuwde psychische
instabiliteit.

Korenveld met kraaien
1890
Wanhoop
Begin juni gaat Van Gogh op bezoek bij Theo. Deze is zijn werk bij
Boussod beu en overweegt een eigen zaak te beginnen. Hij waarschuwt
Vincent dat zij allemaal de buikriem zullen moeten aanhalen. Theo's
ongenoegen raakt Van Gogh diep en maakt hem zeer ongerust: 'Ook mijn
leven is aan de wortel aangetast, ook ik sta niet meer stevig op
mijn benen.' Op 27 juli 1890 loopt Van Gogh een korenveld in en
schiet zichzelf in de borst. Hij strompelt terug naar zijn kamer,
waar hij twee dagen later, op 29 juli, in Theo's bijzijn overlijdt.
De dag erna wordt hij in Auvers begraven. Onder de aanwezigen
bevinden zich Lucien Pissarro, Emile Bernard en Père Tanguy. Bernard
beschrijft later hoe Van Goghs kist bedekt is met gele bloemen en
hoe zijn ezel en penselen op de grond stonden, naast de kist. Van
Goghs schilderijen worden nagelaten aan Theo. Zijn werk zal
uiteindelijk een enorme invloed hebben op vooruitstrevende
kunstenaars van de twintigste eeuw.
1890
Na Vincents dood
In september 1890 organiseert Theo een herdenkingstentoonstelling
van Van Goghs werk in zijn appartement in Parijs. Theo wordt kort
daarna ernstig ziek en overlijdt op 25 januari 1891. Zijn vrouw
Johanna keert terug naar Nederland, samen met hun zoontje en de
collectie schilderijen die Theo van Vincent heeft geërfd. Na
Johanna's dood in 1925 gaat de collectie over op haar zoon Vincent
Willem van Gogh (1890-1978). Wanneer de Nederlandse overheid het
initiatief neemt tot de bouw van een aan Van Gogh gewijd museum,
draagt Vincent Willem van Gogh de geërfde werken in 1962 over aan de
nieuw opgerichte Vincent van Gogh Stichting. De bouw van het museum
gaat in 1969 van start en wordt uitgevoerd naar een ontwerp van
Gerrit Rietveld. Vanaf de officiële opening in 1973 herbergt het
museum de grootste collectie Van Goghs ter wereld, in bruikleen van
de Vincent van Gogh Stichting.

Graf Vincent en Theo
|