





|
1889
Naar de inrichting
Na zijn ontslag uit het ziekenhuis van Arles lukt het Van Gogh niet
orde te scheppen in zijn leven of een nieuw atelier op te zetten.
Hij schrijft zijn instorting toe aan overmatig gebruik van drank en
mogelijk ook tabak, maar geeft geen van beide op. Uit angst voor
herhaling laat hij zich in mei 1889 vrijwillig opnemen in de
psychiatrische inrichting van Saint-Rémy, op 25 kilometer afstand
van Arles. De arts die hem ontvangt, Théophile Peyron, stelt vast
dat Van Gogh lijdt aan 'acute manie met visuele en auditieve
hallucinaties'.

Poster St. Rémy
1889
Schilderen als therapie
Van Gogh blijft een jaar in Saint-Rémy en richt een nabijgelegen cel
in als atelier. Hoewel hij met tussenpozen last heeft van aanvallen,
maakt hij in deze periode 150 schilderijen. Aanvankelijk mag Vincent
het terrein van de inrichting niet verlaten en schildert hij de
wereld die hij ziet vanuit zijn raam, tussen de tralies door. Ook
put hij inspiratie uit irissen, seringen en met klimop bedekte bomen
in de tuin. Later krijgt hij toestemming buiten de inrichting te
werken en schildert hij de korenvelden, olijfbomen en cipressen uit
de omgeving. De strikte leefregels van de inrichting hebben op Van
Gogh een stabiliserende invloed: 'Ik voel me hier met mijn werk
gelukkiger dan ik hier buiten zou kunnen zijn. Als ik hier vrij lang
blijf, zal ik mij beheerster gaan gedragen en op den duur zal dat
leiden tot meer orde in mijn leven en minder gevoeligheid.'

Raam in het atelier
1889
Vertalingen in kleur
Van Gogh kan soms door zijn ziekte zijn kamer niet verlaten om
buiten te gaan schilderen. In dat geval maakt hij kopieën naar zijn
favoriete kunstenaars, zoals Millet, Rembrandt en Delacroix. Daarbij
zet hij zwart-wit reprodukties uit zijn prentencollectie om in
uiterst persoonlijke kleurencomposities. Hij maakt meer dan twintig
kopieën van boerentaferelen van Millet en geeft nieuwe vorm aan de
Pietà van Delacroix, waarin de bebaarde Christus enige gelijkenis
vertoont met hemzelf. Als Van Gogh tijdens een bijzonder hevige
aanval verf doorslikt om zich te vergiftigen, mag hij enige tijd
uitsluitend tekenen.
.jpg)
Pietà
1890
Een periode van meesterwerken
Tijdens zijn verblijf in Arles en Saint-Rémy stuurt Van Gogh zijn
doeken op naar Theo in Parijs. Ondanks zijn ziekte schildert hij in
deze periode het ene meesterwerk na het andere, zoals Irissen,
Cipressen en De sterrennacht. Theo prijst de nieuwe schilderijen: 'Ze
hebben allemaal een kleurenkracht die je nog niet eerder had bereikt
[...], maar je bent verder gegaan & terwijl anderen het symbool
nastreven door de vorm geweld aan te doen, zie ik dat bij jouw
schilderijen in de samenvatting [...] van je gedachten over de
natuur en de levende wezens.' Van Goghs werk begint ook anderen op
te vallen. De Belgische avant-gardistische kunstkring Les Vingts
houdt in 1890 een tentoonstelling waarin plaats is ingeruimd voor
zes van zijn schilderijen. Wanneer Van Gogh recent werk exposeert in
de Salon des Indépendants - twee doeken in 1889 en tien in 1890 -
brengen zijn vrienden in Parijs hem op de hoogte van de uitstekende
ontvangst. 'Ik maak u mijn oprechte complimenten, en voor vele
kunstenaars bent u op de tentoonstelling de meest opmerkelijke'
schrijft Gauguin.

Amandelbloesem
1890
Erkenning door critici
In januari 1890 schrijft Albert Aurier in de Mercure de France een
gunstige kritiek over Van Goghs schilderijen. Aurier brengt hem in
verband met de symbolisten, die samen met andere
postimpressionistische groepen als de Nabis veel aandacht zullen
krijgen in dit decennium. Van Gogh is geroerd door het artikel, maar
ontkracht zijn betekenis als kunstenaar in een brief aan de criticus:
'Want het aandeel dat ik daarin heb of zal hebben, dat verzeker ik
u, zal altijd van zeer ondergeschikt belang blijven.' In januari
1890 wordt Theo's zoon Vincent Willem van Gogh geboren.
|